Navorderingsaanslag

Ontdekt de Belastingdienst een fout in een eerder opgelegde belastingaanslag? Dan kan de inspecteur proberen alsnog belasting te innen via een navorderingsaanslag. Maar dat mag niet zomaar. De fiscus heeft daarvoor meestal een zogenoemd ‘nieuw feit’ nodig. En juist daar ontstaat in de praktijk vaak discussie over.

Wanneer mag de fiscus navorderen?

Een navordering is een extra belastingaanslag achteraf die je moet betalen en kan je een hoop geld kosten. De fiscus legt zo’n navorderingsaanslag op als blijkt dat eerder te weinig belasting is betaald na de definitieve aanslag. De regels voor navordering staan in artikel 16 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). De inspecteur mag navorderen als:

  • een aanslag te laag is vastgesteld
  • een aanslag ten onrechte niet is opgelegd
  • een teruggave of heffingskorting onterecht is verleend
  • of een vermindering te hoog is geweest


De inspecteur mag ook navorderen als fouten zijn gemaakt bij het verrekenen van een voorlopige aanslag. Dat staat expliciet in de wet. Bijvoorbeeld als een voorlopige teruggaaf te hoog is geweest of onterecht is verrekend.

Navordering of naheffing?

Bij inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting gaat het om aanslagbelastingen. Daarvoor geldt dus meestal de eis van een nieuw feit.

Voor btw en loonheffingen werkt het anders. Dat zijn aangiftebelastingen. Daar kan de Belastingdienst naheffen zonder nieuw feit.

Rente en boete betalen

Bij een navorderingsaanslag blijft het meestal niet alleen bij de extra belasting. De Belastingdienst rekent vaak ook belastingrente. Daardoor kan het bedrag flink oplopen, zeker als de correctie betrekking heeft op een ouder belastingjaar.

Daarnaast kan de inspecteur een vergrijpboete opleggen. Dat gebeurt vooral als de fiscus vindt dat sprake is van grove schuld of opzet. Bijvoorbeeld als inkomsten bewust niet zijn aangegeven of informatie is achtergehouden. De hoogte van de boete hangt af van de ernst van de fout.

Boete van de Belastingdienst: wat nu?!

Wat is een nieuw feit?

Een nieuw feit is informatie die de inspecteur niet kende – en ook redelijkerwijs niet kón kennen – op het moment dat de aanslag werd opgelegd. Had de Belastingdienst die informatie toen al kunnen ontdekken? Dan is er sprake van een ‘oud feit’ en kan navordering stranden. Dat onderscheid is belangrijk voor ondernemers die achteraf geconfronteerd worden met een extra belastingrekening.

De inspecteur mag in principe vertrouwen op een correct ingevulde belastingaangifte. Alleen als er duidelijke signalen zijn dat iets niet klopt, ontstaat een onderzoeksplicht.

Zitten er opvallende afwijkingen, tegenstrijdigheden of onlogische posten in de aangifte? Dan moet de inspecteur daar op dat moment naar kijken. Doet hij dat niet, dan kan later sprake zijn van ambtelijk verzuim. In dat geval ontbreekt een nieuw feit en mag de fiscus niet navorderen.

De rechter kijkt daarbij steeds naar de omstandigheden van het geval. Ook gegevens uit eerdere aangiften of andere belastingmiddelen kunnen daarbij een rol spelen.

Wanneer is géén nieuw feit nodig?

Er zijn uitzonderingen waarbij de inspecteur toch mag navorderen zonder nieuw feit.

Kenbare fout

Navordering mag zonder nieuw feit als voor de belastingplichtige duidelijk moest zijn dat de aanslag niet klopte. Bijvoorbeeld bij een reken- of typefout van de Belastingdienst.

De wet gaat er in ieder geval vanuit dat een fout ‘kenbaar’ is als de aanslag minstens 30 procent lager uitvalt dan de werkelijke belastingschuld.

Kwade trouw

Ook bij kwade trouw is geen nieuw feit nodig. Daarvan is sprake als bewust onjuiste informatie is verstrekt of informatie is achtergehouden.

Let op: schakelt een ondernemer een adviseur of administratiekantoor in dat bewust fout aangifte doet, dan wordt die kwade trouw toegerekend aan de ondernemer zelf.

Hoe lang mag de Belastingdienst navorderen?

Voor binnenlands inkomen geldt meestal een navorderingstermijn van vijf jaar. Bij buitenlands inkomen is dat twaalf jaar.

Heeft de Belastingdienst uitstel van betaling verleend? Dan kan de termijn langer worden.

Ambtelijk verzuim: inspecteur heeft niet goed opgelet

Veel procedures draaien uiteindelijk om de vraag of de inspecteur zijn werk zorgvuldig heeft gedaan.

Heeft de Belastingdienst signalen gemist die direct uit de aangifte bleken? Dan kan sprake zijn van ambtelijk verzuim. De inspecteur had dan eerder onderzoek moeten doen.

Dat speelt bijvoorbeeld als:

  • eerdere aangiften duidelijke afwijkingen laten zien
  • posten opvallend afwijken van voorgaande jaren
  • gegevens uit andere belastingmiddelen vragen oproepen


In zulke situaties kan de rechter oordelen dat geen sprake is van een nieuw feit.

Automatische aanslagen en navordering

Veel aanslagen worden tegenwoordig grotendeels geautomatiseerd opgelegd. Alleen aangiften met een ‘rode vlag’ komen vaak nog handmatig bij een inspecteur terecht.

Toch betekent een automatische aanslag niet automatisch dat de Belastingdienst later niet meer mag navorderen. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de inspecteur niet verplicht is iedere aangifte uitgebreid te onderzoeken. Alleen als er aanleiding is voor twijfel ontstaat een onderzoeksplicht.

Wat te doen bij een navorderingsaanslag?

Krijg je een navorderingsaanslag? Kijk dan niet alleen naar de hoogte van de correctie, maar ook naar de vraag óf de Belastingdienst wel mocht navorderen. Soms blijkt dat de inspecteur de relevante informatie al eerder had kunnen zien. In dat geval kan het ontbreken van een nieuw feit een sterk verweer zijn tegen de navorderingsaanslag.

Ben je het niet eens met de navorderingsaanslag? Dan kun je bezwaar maken. Dat moet meestal binnen zes weken na de datum van de aanslag. Maak in een bezwaar zo concreet mogelijk duidelijk waarom de navordering volgens jou niet klopt. Zeker bij discussies over een nieuw feit of ambtelijk verzuim kan juridische hulp verstandig zijn.
Heeft u hulp nodig bij een bezwaarschrift? HEJO Advies & Administratie helpt u hierbij. Neemt u gerust contact met ons op. Samen kunnen wij kijken of de opgelegde navorderingsaanslag correct is en/of het indienen van een bezwaar zinvol is. 

 

 
Share our website